Triggers van webtrackers
Als je een webtracker op je website plaatst, dan stuurt deze tracker allerlei calls naar Copernica om gegevens over de bezoeker door te geven. Dit zijn bijvoorbeeld gegevens over bezochte pagina's, ingevulde formulieren en/of aanmeldingen voor push-notificaties. Deze calls worden omgezet in triggers die je kunt gebruiken in opvolgacties.
Beschikbare trigger-variabelen
Als een opvolgactie vanuit een webtracker wordt opgestart, dan is binnen die opvolgactie de variabele {$trigger} beschikbaar. In deze variabele zitten, naast de gebruikelijke velden als tijdstip, type en IP-adres, onder meer de volgende velden:
- {$trigger.webtracker.id}: het ID van de webtracker waar de call van afkomstig is
- {$trigger.webtracker.name}: de naam van de webtracker
Bovenstaande variabelen zijn beschikbaar in alle opvolgacties afkomstig vanuit webtrackers. Daarnaast zijn er, afhankelijk van het type gebeurtenis, extra velden beschikbaar. Zie hiervoor de documentatie van de specifieke triggers.
Overzicht van webtracker triggers
- Paginaweergave (
website-pageview
): Iemand bezoekt een pagina. - Website pushmelding geabonneerd
(
website-push-subscription
): Iemand meldt zich aan voor push-notificaties.
Overige triggers
Als je een tracker installeert, dan kun je met de javascript SDK de functie copernica.trigger() gebruiken. Met deze functie kun je elke mogelijke trigger versturen, zelfs triggers die eigenlijk helemaal niks met websites te maken. Dit betekent dat je vanuit de tracker ook elke mogelijke opvolgactie activeren. Omdat de meeste van deze triggers in de context van webtrackers niet zo zinvol zijn, hebben we ze niet hier gedocumenteerd. Raadpleeg de documentatie van opvolgacties voor een overzicht van alle triggers.